Nijkerker Eijkman doet onderzoek in Indië en wint de Nobelprijs
Deze doosjes met verschillende soorten rijst zijn begin 1900 gebruikt als lesmateriaal op de Christelijke School Nijkerkerveen. Het heeft alles te maken met een ontdekking door Christiaan Eijkman. Hij is in 1858 geboren in Nijkerk en studeerde op 25 jarige leeftijd cum laude af als arts. Hij wordt naar Indië uitgezonden maar loopt daar malaria op. Terug in Nederland wordt hij gelukkig beter. In 1885 wordt hij weer naar Indië uitgezonden. Het leger heeft namelijk grote behoefte aan artsen omdat door tropische ziekten het Koninklijk Nederlands Indisch Leger, het KNIL, ernstig verzwakt. Eijkman krijgt de opdracht de oorzaak van beriberi te achterhalen. Deze ziekte heeft verschijnselen als verlammingen, krachtsverlies en hartproblemen met soms een dodelijke afloop. Ook de lokale bevolking lijdt hieraan.
Eijkman en zijn team doen onderzoek bij kippen, die de ziekte ook hebben. Ze ontdekken dat als je kippen ongepelde rijst geeft in plaats van gepelde, ze snel beter worden.
Eijkman brengt beriberi in verband met het ontbreken van het zilvervlies bij machinaal gepelde rijst. Dat vliesje zou namelijk onmisbare voedingsstoffen bevatten. Conclusie: de ziekte wordt veroorzaakt door onvolwaardige voeding. Eijkman legde zo de basis voor de vitamineleer. Het woord vitamine is een combinatie van het Latijnse vita, dat leven betekent en amine, dat betekent eiwit.
Christiaan Eijkman is de enige Nijkerkse Nobelprijswinnaar. Hij krijgt deze voor geneeskunde in 1929. En hij heeft in Nijkerk zowel een plantsoen als een straat op zijn naam staan.
Ook in Indonesië, in Jakarta en Bandung, houdt men zijn naam in ere met een straatnaam en een laboratorium, Gedoeng Eijkman.