Vertelpunt 01

Duitse arbeidsmigranten maken glas in Nijkerk

Tekstversie

“Wij wonen sinds 1769 in Nijkerk, maar komen uit Duitsland. Wij behoren tot het gilde van glasblazers en toen wij hoorden dat hier een glasfabriek werd gestart, reisde ik samen met mijn man, Casper Frederik Brouwer en nog wel twintig andere gezinnen uit Duitsland, naar Nijkerk. Onze huisjes zijn speciaal voor ons gebouwd en staan vlak bij de haven en de glashut.

Hier is geen Lutherse kerk, maar wij mogen wel elke zondag in de ambachtsschool aan de Venestraat onze kerkdienst houden. Sympathiek gebaar van de ambtsjonkers. Met de Niekarkers hebben we niet zoveel contact, zij noemen ons uitheemschen. We hebben er ook geen tijd voor, want we werken zes dagen in de week. Dat begint in de nacht van zondag op maandag rond twee uur. We werken totdat de smeltpot leeg is, maar wanneer dat is, weten we nooit van tevoren. Maar we weten wel dat we beter verdienen dan de mensen in de tabaksteelt.

Ons beroep breng ook wel veel risico’s met zich mee. Er zijn mensen overleden aan waterrot aan hun handen. Dat komt doordat het water niet schoon is waarmee ze de blaaspijp koelen. En heel veel mensen hebben een brandbakkes omdat de hitte uitstraalt op hun gezicht.

De fabriek was bijna failliet omdat er oorlog was met Engeland en de steenkool niet meer te betalen was. Maar de baas, Nicolaas Kroon weet de fabriek te redden. Er gaan per jaar wel meer dan 700.000 groene flessen naar het buitenland, voornamelijk naar de Oost. Volgens mij komt daar ook de naam Padang vandaan. Dat was de eerste stad die men na hun lange zeereis zag. We maken nu ook sierschaaltjes en melkkannetjes van wit glas. Maar koffie met melk, dat drinken alleen de gegoede burgers. Wij drinken vooral bier, veel bier, anders droogt ons lichaam uit.”

Selecteer eerst een tour